Karin van Iterson

 

Karin van Iterson (43), grafisch ontwerpster: 'Hoe kom ik de winter door met de coldcap (in
plaats van een wollen muts) ...'

 

Het is 18 februari 2010 en vandaag ga ik voor de 5e chemokuur met coldcap naar het
ziekenhuis in Zwijndrecht. Na een lange tijd vorst is de temperatuur vandaag goed. Het is
7 graden, het ijs is gesmolten en de wegen zijn goed begaanbaar.

 

Goed, daar lig ik weer. Als Roodkapje met een rood capje ingezwachteld met rekverband
en met lege spuiten ertussen gestoken om de cap op alle plekken aan te laten sluiten op
mijn hoofd. Met veel zorg vastgezet en verbonden door de oncologisch verpleegkundigen
van het Albert Schweitzerziekenhuis in Zwijndrecht.

 

Het einde van mijn kuur (3 x FEC en 3x Docetaxel) komt in zicht en ik heb nog steeds
haar. Ik draag sinds de tweede kuur wel een brede haarband. Tijdens de eerste kuren
(FEC) ben ik toch heel veel haar verloren (maar ik had ook een gigantische bos krullen)
en heb ik wat kale plekken op mijn hoofd opgelopen. De hoofdband verdoezelt dit.

 

Voordat ik aan het proces met de coldcap begon wist ik niet wat mij te wachten
stond. ‘Hoeveel haar zal er uitvallen, hoe snel gaat het, ga ik het de hele periode
volhouden?’ dacht ik. Gaandeweg het proces deed ik ervaringen op en zag ik hoe ik op
de coldcap reageerde. Ik ben er ‘met open vizier’ en realistisch ingestapt, zonder teveel
wensen. Echter hoopte ik dat ik genoeg haar zou overhouden om een kaal hoofd of
pruik te kunnen mijden. Ik denk dat de coldcap bij elke persoon op zich een ander
resultaat heeft. Het hangt af van de kuur, de hoeveelheid haar, de dikte van je haar,
de vorm van je hoofd en de maat van de cap en hoe passend deze is.

 

Bij de eerste kuren merkte ik aan mijn omgeving dat de mensen die niet wisten dat ik
borstkanker had, het niet doorhadden dat ik een chemokuur volgde. ‘Leuk die
hoofdband, staat je goed’. Dat was prettig en doordat ik ook weinig bijwerkingen
van de kuren had, kon ik eigenlijk alles voortzetten als daarvoor. Hetzij af en toe
in een andere tempo. Ik ging dus op de fiets naar het schoolplein, naar mijn
werk*, deed de boodschappen bij AH en zag weer uit naar de volgende kuur. Ik zag
het als een wedstrijd, waarbij de eindstreep steeds dichterbij kwam. Tijdens de laatste
kuren, na het uitvallen van wenkbrauwen en wimpers, begon men aan mijn gelaat te
zien dat ik er niet helmaal meer ‘alive en kicking’ uitzag. Mijn huid had een rare kleur
en mijn ogen waren vaak een beetje soepig.

 

Nog even over de coldcap:
De eerste kuur (met mijn volle bos krullen eronder) voelde ik de kou niet. Ik maakte
me zorgen. ‘Gaat dit wel goed?’, dacht ik. ‘Goed, als dit het is...is het appeltje, eitje!’
Door mijn hoeveelheid haar heeft de cap minder goed kunnen koelen op mijn hoofdhuid
en is er de eerste keer veel uitgevallen. Mijn haar heeft als het ware te goed geïsoleerd.
Ik was in één keer de helft kwijt.
De tweede kuur was de coldcap aanzienlijk kouder dan de eerste keer. En de derde keer
vond ik het niet heel aangenaam. Het leek wel of ik met mijn hoofd in een wak hing.
Gelukkig lag ik op een heerlijk bed en werd ik met warme kruikjes en dekens toegedekt
door de verpleegkundigen, die altijd voor me klaar stonden.
Vanaf deze keer heb ik om pijnstilling gevraagd. De laatste drie kuren waren door de
pijnstilling vol te houden. Na de 4e kuur viel mijn haar minder uit, Er kwam een
kentering. Het uitvallen is nooit helemaal gestopt, maar de prullenbakken die ik in het
begin kon vullen waren verleden tijd.

 

20 april 2010
Het is nu lente, de nachten zijn nog fris, maar veel bomen staan in bloei met prachtige
roze bloesem. Mijn haar is alweer lekker aan het groeien en ik loop nog steeds vrolijk
rond met allerlei haarbanden. Ik denk dat ik uiteindelijk 10% van mijn gehele haardos
over heb gehouden. Als ik dit vooraf had geweten, had ik het te weinig gevonden.
Nu vind ik het eigenlijk wel ok. Ik ben nog steeds wie ik ben en als het zo doorgaat
heb ik binnen en half jaar weer (een stukje korter) gezond eigen haar terug. Op
deze manier is ook deze periode goed te overbruggen.

 

Voor mij was de coldcap een manier om tijdens de kuren ‘mezelf te kunnen zijn’ en
er niet al te ziek uit te zien.
Graag wil ik kwijt dat ik prima ben begeleid door de mensen van de Stichting
‘Geef haar een kans’ die gelijk voor mij klaar stonden en voor een plek in
Zwijndrecht hebben gezorgd. Ook in het Albert Schweitzerziekenhuis in Zwijndrecht
heb ik ‘een warm bad’ gekregen.

 

Op de vraag die ik stelde aan de Stichting: Heb ik een kans? Is het antwoord:
Ja, ik heb een kans gekregen en deze volledig kunnen benutten. Dat geeft kracht!
Kracht die je zo goed kunt gebruiken als je een dergelijke periode ingaat.
Laat dit een motivatie zijn voor andere vrouwen en mannen om de periode van
chemokuren een stuk prettiger en draaglijker te maken.

 

* Tijdens de kuren heb ik gedeeltelijk kunnen werken. Eén van de projecten die
ik tijdens deze periode gerealiseerd heb, is de folder ‘Haarbehoud bij chemotherapie’,
speciaal voor patiënten met borstkanker.

 
Banner
We hebben 3 gasten online